Hoe zit een netrekening eigenlijk in elkaar?

En wat is gelijktijdigheid?

Voor grootverbruikers bestaat de netrekening grofweg uit drie onderdelen. Het is belangrijk om deze goed te begrijpen voordat we kunnen uitleggen waar het voordeel van een GTO precies zit.

1. Eenmalige aansluitkosten
Dit zijn de kosten die je betaalt als je aansluiting op het elektriciteitsnet wordt aangelegd of verzwaard. Denk aan de aanleg van een transformatorstation of de uitbreiding van je aansluiting. Dit speelt alleen bij nieuwbouw of verzwaringen en is dus niet relevant voor het jaarlijkse tarief, maar wel voor investeringsbeslissingen.

2. Periodieke aansluitvergoeding
Dit is een vast bedrag per jaar dat je betaalt voor het in stand houden van je fysieke aansluiting. De hoogte van deze vergoeding hangt af van je netcategorie:

  • Bedrijven met een Trafo MS/LS-aansluiting (>3x80A t/m 175 kVA) betalen een lager bedrag (rond de €164 per jaar).
  • Bedrijven met een Middenspanning (MS) (175kVA t/m 1.750kVA) betalen aanzienlijk meer (rond de €1.455 per jaar).

3. Transportvergoeding
Dit is de grootste kostenpost en bestaat uit drie delen:

  • Een vast maandbedrag
  • Een vermogenstarief, dat twee componenten kent:
    • kW-contract: het afgesproken vermogen met de netbeheerder
    • kW-max: de daadwerkelijk gemeten piekbelasting per maand
  • Een verbruikstarief per kilowattuur.

Juist het vermogenstarief is in veel gevallen de grootste variabele in de netrekening. Bedrijven die niet continu op vol vermogen draaien, betalen vaak voor meer capaciteit dan ze gebruiken. En pieken in het gebruik kunnen tot hogere kosten leiden. Hier ligt precies de ruimte die een GTO kan benutten.

Wat verandert er als je als bedrijf meedoet aan een GTO?

In een GTO bundelen bedrijven hun capaciteit in een gezamenlijk contract. Ieder bedrijf houdt gewoon zijn eigen aansluiting, eigen meter en eigen energieleverancier. De periodieke aansluitvergoeding en het kWh-tarief blijven dus ongewijzigd.

Wat wél verandert, is de manier waarop je vermogen wordt gecontracteerd en afgerekend:

  • Het individuele kW-contract vervalt. In plaats daarvan komt er één gezamenlijk GTV (gecontracteerd transportvermogen) voor de hele groep. Dit groepsvermogen wordt onderling verdeeld volgens een verdeelsleutel die de bedrijven samen afspreken. Die sleutel kan op van alles gebaseerd zijn: historisch verbruik, toekomstige behoefte, of onderlinge afspraken.
  • De kW-max wordt ook gezamenlijk berekend. Niet langer wordt gekeken naar jouw piek, maar naar de piek van de hele groep. En dat is bijna nooit de optelsom van de individuele pieken, omdat bedrijven zelden tegelijk op hun maximale vermogen draaien.

Juist dat laatste, de gelijktijdigheid is waar het voordeel vandaan komt. Door de verbruiksprofielen van bedrijven op elkaar te leggen, ontstaat er ruimte. Waar de ene ondernemer zijn pieken heeft in de ochtend, doet de ander dat in de middag. Die spreiding zorgt ervoor dat de gezamenlijke piek doorgaans lager ligt dan de som van de afzonderlijke pieken. De netbeheer kijkt namelijk niet naar de som, maar naar het tijdsblok waarin er gezamenlijk het meeste gevraagd wordt van het net. De groep kan daardoor goedkoper uit zijn, zónder dat iemand hoeft te minderen.

Gelijktijdigheid en gezamenlijke piek uitgelegd


Belangrijk om te weten: Het groeps-GTV hoeft niet exact gelijk te zijn aan de som van alle individuele GTV’s om voordeel te behalen. Veel ondernemers denken dat ze in een GTO automatisch minder vermogen krijgen, maar dat is meestal niet het geval. Stel dat vijf bedrijven ieder binnen de groep recht hebben op 200 kW, en dat het groeps-GTV in plaats van 1.000 kW, maar 800 kW is. Als op een bepaald moment vier van de bedrijven weinig verbruiken, dan kan de vijfde, die op dat moment misschien 350 kW nodig heeft, gewoon dat vermogen benutten, mits zijn eigen aansluiting dat aan kan. Zolang de groepsgrens niet overschreden wordt, kan vermogen flexibel ingezet worden. Heb je investeringen gedaan die een hoger GTV rechtvaardigen? Dan kun je dat meestal gewoon meenemen in de groepsaanvraag.

Wanneer het groeps-GTV lager wordt omdat het totale vermogen simpelweg niet nodig is om alle bedrijven tegelijk van stroom te voorzien, bespaar je nog meer. Dan dalen niet alleen de kosten door gelijktijdigheid, maar ook door een groeps-GTV. Het gaat erom dat je flexibel bent: een lager groeps-GTV is niet per se een nadeel, maar tegelijk nog steeds een kans om meer vermogen te kunnen gebruiken én kosten te drukken.

Ook individueel valt er wat te winnen

Hoewel samenwerking in een GTO veel voordelen biedt, zijn er ook op individueel niveau kansen om nettarieven te verlagen. Bedrijven die investeren in een Energy Management Systeem (EMS) kunnen hun eigen piekverbruik slim aansturen of spreiden over de dag. Door bijvoorbeeld machines in fases op te starten, laadtijden te verschuiven of batterijen in te zetten, kun je je kW-max verlagen en dus direct besparen op je maandelijkse netkosten.

Die besparing is structureel: je betaalt elke maand minder voor je vermogenstarief. Afhankelijk van je aansluiting kan dat oplopen tot honderden of zelfs duizenden euro’s per jaar. Wanneer je bijvoorbeeld elke maand je piek met 30kW naar beneden kan halen, scheelt dat meer dan 1000 euro per jaar (zelfs als je gecontracteerd vermogen gewoon gelijk blijft), puur alleen op het vermogenstarief. Over meerdere jaren gerekend verdien je op die manier je EMS eenvoudig terug. En het mooie is: als je dat slimme piekmanagement vervolgens combineert met een GTO, stapelt het voordeel zich op. Het één sluit het ander dus niet uit integendeel.

Wat betekent dit in de praktijk?

Stel: je hebt een bedrijventerrein met vijf ondernemingen. Vier van hen hebben een aansluiting van 200 kW. Eén bedrijf denkt aan een uitbreiding en heeft straks misschien 350 kW nodig. Individueel zou dat bedrijf tegen grenzen aanlopen uitbreiding betekent onderhandelen met de netbeheerder, nieuwe aanvraag, en een wachttijd waarvan je niet weet wanneer je stroom gaat krijgen.

Maar als die vijf bedrijven samen een GTO afsluiten met een groeps-GTV van bijvoorbeeld 800 kW, dan ontstaat er ruimte. Niet omdat iedereen minder gaat gebruiken, maar omdat ze elkaars pieken opvangen. En als die ene ondernemer zijn machines een ochtend vol laat draaien terwijl de anderen weinig gebruiken, is dat prima: hij mag binnen de groep die 350 kW benutten. Er zijn geen individuele ‘muren’ meer. Alleen de groepsgrens telt.

Dat zorgt voor groeipotentieel, flexibiliteit én lagere kosten.

Hoe hard stijgen de netkosten de komende jaren?

Volgens ramingen van de ACM stijgen de netbeheertarieven stevig door tot 2050. De verwachting is dat:

  • Rond 2030 de netkosten (periodieke aansluitingsvergoeding en transportvergoeding) ongeveer 1,5 tot 2 keer zo hoog zijn als nu.
  • Tegen 2050 kunnen ze oplopen tot meer dan 3 keer het huidige niveau.

Dat betekent dat een bedrijf dat nu €20.000 per jaar betaalt aan netkosten, in 2030 mogelijk €35.000 kwijt is en in 2050 richting de €60.000 of meer. En dat zijn bedragen exclusief inflatie of marktontwikkelingen.

De procentuele besparing van een GTO verandert op zich niet: die ligt vaak ergens tussen de 5% en 10%. Maar in absolute euro’s wordt het voordeel groter. Wat nu €5.000 bespaart, is over tien jaar misschien wel €10.000. Door nú goed te organiseren, vermijd je structureel oplopende lasten.

De belangrijkste inzichten op een rij

Het onderzoek naar nettarieven en GTO’s laat een aantal dingen glashelder zien:

  1. De grootste besparing zit in de kW-max.
    Bedrijven betalen voor hun maandpiek. In een GTO tel je niet meer die individuele piek, maar alleen de hoogste groepspiek. En die ligt vrijwel altijd lager, simpelweg omdat bedrijven zelden tegelijk pieken. Door die lagere piek daalt het kW-max-deel van de rekening en daarmee een fors deel van je netkosten. Daarbij splits je de kW-contract kosten met de groep volgens een door jullie afgesproken verdeelsleutel.
  2. Met een lager groeps-GTV heb je niet minder vermogen tot je beschikking.
    Veel ondernemers denken dat ze inleveren. Maar zelfs als de groeps-GTV minder is dan de som van de individuele contracten, kan je alsnog meer stroom gebruiken op het moment dat de andere bedrijven die stroom niet nodig hebben (mits je aansluiting dat vermogen aan kan). Het vraagt soms alleen wat flexibiliteit van de momenten waarop de stroom wordt verbruikt.
  3. Tijd speelt in het voordeel van de GTO.
    Met stijgende nettarieven wordt het eurovoordeel steeds groter. Vandaag besparen is slim. Morgen besparen is noodzakelijk.

Vragen over dit onderwerp of jouw bedrijfssituatie?

Contacteer onze projectmanagers via energie@impulszeeland.nl of ons meldpunt

Meldpunt