Industriële algenteelt, een kans voor Zuidwest Delta

24-11-2010

Algen, ook weleens het “groene goud” genoemd, worden door veel bedrijven gezien als kansrijke kandidaat voor hoogproductieve, hernieuwbare biomassa, met ongeëvenaarde opbrengsten per hectare. De minuscuul kleine plantjes – waarvan er wereldwijd naar schatting ruim 50.000 verschillende soorten zijn – groeien razendsnel op stoffen die bij veel bedrijven nu als “afval” vrijkomen.

Denk daarbij aan fosfaten, stikstofverbindingen, rookgassen en restwarmte. Als de algen – die boordevol waardevolle stoffen zitten zoals oliën, vetzuren, eiwitten, pigmenten en koolhydraten – op grote schaal inderdaad goed blijken groeien op deze afvalstromen, betekent dat enerzijds een belangrijke kostenbesparing in voedingsstoffen die nu nog toegediend moeten worden voor de teelt van deze zogenaamde aquatische biomassa. Anderzijds biedt het perspectief om bestaande technieken die nu ingezet worden om industriële reststromen te zuiveren fundamenteel anders aan te pakken. Op zich is het fenomeen algengroei niet onbekend, want in de jaren ’80 van de vorige eeuw zorgde het begrip “eutrofiëring” vele hoofdbrekens. De sloten en meren waarop afvalwater geloosd werd of waarin meststoffen uitspoelden zorgden voor een weelderige algengroei die menig oppervlaktewater veranderde in “erwtensoep”. In de eenentwintigste eeuw blijkt dat het onderwerp dat eerst vooral een bedreiging vormde, ook geweldige kansen biedt.

Impuls heeft een omvangrijk project van 1,9 miljoen euro ingediend voor een bijdrage uit het programma Pieken in de Delta, om een antwoord te krijgen op de vraag of de teelt van algen op industriële schaal inderdaad voldoende perspectief biedt en welke algen het beste passen voor bepaalde toepassingen. En ook niet onbelangrijk, een antwoord op de vraag hoe de microscopisch kleine plantjes eigenlijk het beste geoogst en geraffineerd kunnen worden, om de waardevolle componenten in handen te krijgen.

Eigenlijk is dit project een vervolg op het project “Logistieke kansen voor Algenteelt in Zeeland” dat afgelopen voorjaar door Impuls is uitgevoerd.  Ondertussen hebben 12 partijen uit de regio Zuidwest Delta de handen ineengeslagen om de proef op de som te nemen en een gezamenlijk ambitieus projectplan in te dienen. Het project is verdeeld over drie clusters die onderling kennis uitwisselen. Immers, zeker in deze pioniersfase is “open innovatie” een sleutelwoord.  De partijen die meedoen zijn een sprekend voorbeeld hoe de ontwikkeling van nieuwe, bio-based waardeketens anno nu gestalte krijgt. Partijen die in de huidige economie niet of nauwelijks aan elkaar gelieerd zijn hebben nu opeens en gemeenschappelijke deler in de vorm van algenteelt. Zo richt het cluster rondom de Kanaalzone in Terneuzen, waarin bedrijven als Yara, Heros Sluiskil, Sagro en DOW-Benelux meedoen zich op de zuivering van industrieel afvalwater  met behulp van algen en de mogelijke (bulk)toepassingen aan de onderkant van de waardepiramide, zoals biofuels, biogas en elektriciteitsopwekking door vergisting. Ook Total Raffinaderij Nederland, een grote industriële partij die aan de andere kant van de Westerscheldetunnel is gevestigd, doet mee in dit cluster.
 
Een tweede cluster is gelokaliseerd rondom het agro- en food gebied Kruingingen-Yerseke. De Aquacultuursector heeft de achterliggende tijd al behoorlijk wat kennis opgebouwd over algen, maar wil zich eigenlijk primair focussen op de kweek van schaal- en schelpdieren. Aardappelverwerker Lamb Weston Meijer heeft voedingsrijke reststromen en wil graag onderzoeken of deze geschikt zijn om op industriële schaal algen te telen. Logistiek gezien is dit een uitstekende combinatie, want de gekweekte algen zouden na indikken slechts enkele kilometers vervoerd hoeven te worden richting de schelpdierenbassins van Zeeland Aquacultuur. De verbindende schakel vormt in dit cluster het bedrijf AlgaeLink dat de teelt van verschillende typen algen wil uitvoeren in vijf fotobioreactorsystemen en racewayponds in een gesloten kas op locatie bij Lamb Weston Meijer. De Brabantse partijen richten zich meer op kennisdeling en het bestuderen van open systemen. Naast de ontwikkelingsmaatschappijen Rewin en de BOM is ook Avans Hogeschool betrokken.

In Brabant spelen ook verschillende initiatieven rondom dit thema, waarvan verwacht wordt dat ze in later stadium op elkaar kunnen ingrijpen. Kennisdisseminatie is daarom zeer welkom en maakt dat de samenwerking op Zuidwest Delta schaal steeds concreter gestalte krijgt. Bovendien sluiten de ontwikkelingen goed aan bij de ambities om bij Sabic een Centre of Open Chemical Innovation (CoCi) te ontwikkelen. Impuls werkt samen met de Brabantse partijen aan verdere verbindingen tussen de regio’s om te komen tot één Bio-based Hotspot Zuidwest Delta. De algen die op industriële schaal geteeld gaan worden, kunnen als grondstof dienen voor zogenaamde Bio-functionals, waarvoor eveneens een project is ingediend. Zo maken de ontwikkelingmaatschappijen zich samen sterk om krachtige consortia te smeden van bedrijven,kennisinstellingen en overheden die zich samen richten op de economie van morgen.

Terug naar nieuwsarchief